Hoe moet een aanhangwagen aangekoppeld worden?

Het aan- of afkoppelen van een aanhangwagen is vrij eenvoudig maar er zijn wel een aantal zaken die hierbij in acht dienen te worden genomen.

Om een aanhangwagen aan te koppelen plaatst u het trekkende voertuig zo recht mogelijk voor de wagen. Als de aanhanger over een neuswiel beschikt wordt dit zo ver uitgedraaid dat de disselkop hoog genoeg is om over de trekhaak van het trekkend voertuig te vallen. Het gebruik van het neuswiel is bij beladen tandem-assers en slecht beladen enkel-asser af te raden omdat een neuswiel niet ontworpen is om als hefboom voor zware gewichten te gebruiken.

Het trekkend voertuig kunt u nu voorzichtig achteruit rijden, ver genoeg tot de trekhaak exact onder de disselkop van de aanhangwagen komt. De motor van het voertuig wordt dan uitgezet en de handrem van het voertuig aangetrokken. Trek nu de grendel van de disselkop omhoog en laat de disselkop door het indraaien van het neuswiel op de trekhaak zakken. De grendel zal op zeker moment weer naar beneden zakken, en zodra deze hoorbaar een klik geeft, is aanhangwagen aangekoppeld. Om er zeker van te zijn dat de aanhanger daadwerkelijk goed is aangekoppeld kan de dissel op en neer worden bewogen, of het neuswiel worden uitgedraaid. Als de dissel van de aanhangwagen omhoog komt mag de disselkop niet loskomen van de trekhaak, en moet de achterzijde van het trekkend voertuig ook omhoog worden getild bij het uitdraaien van het neuswiel. Op een disselkop is zijn veel gevallen ook stickers aangebracht met rode en groene stippen waaraan te zien is of de aanhangwagen goed op de trekhaak is aangebracht.

Als u zich er van verzekerd hebt dat de aanhangwagen goed is aangekoppeld dient het neuswiel weer ingedraaid te worden. Als de aanhangwagen is voorzien van een zwaar inklapbaar neuswiel zal het wiel bij het indraaien automatisch omhoog klappen. De aanhanger kan ook voorzien zijn van een licht neuswiel dat middels een klem aan de dissel is bevestigd. Het neuswiel wordt dan opgedraaid waarna het middels het lossen en vastdraaien van de klem handmatig omhoog geplaatst kan worden. Bij dit type neuswiel is het van belang dat bij het opdraaien de houder van het wiel exact in de gleuven aan de onderzijde van de buis valt. Hierdoor wordt namelijk voorkomen dat het wiel onbedoeld kan gaan draaien en weer naar beneden zou kunnen komen wat tot gevaarlijke situaties zou kunnen leiden.

Bij een geremde aanhangwagen is het, naast het opdraaien van het neuswiel, ook belangrijk om de handrem van de aanhangwagen te ontkoppelen.

Als de aanhangwagen is aangekoppeld, en het neuswiel omhoog is gedraaid, dienen de stekker van de verlichting en de hulpkoppeling (bij ongeremde aanhangers) of de breekkabel (bij geremde aanhangers) nog te worden aangesloten. Hierbij moet er op worden gelet dat de kabels voldoende ruimte hebben zonder daarbij de grond te kunnen raken. De hulpkoppeling of breekkabel moet daarnaast bevestigd zijn aan een vast deel van de auto, het volstaat niet als deze alleen over de trekhaak wordt gelegd. De hulpkoppeling mag wel worden geborgd in een speciale veiligheidsklem die op de trekhaak is geplaatst.

Voordat er met de aangekoppelde aanhangwagen gereden mag worden is het nog van belang om de banden te controleren op slijtage en bandendruk. Versleten banden of een onjuiste bandendruk kunnen leiden tot gevaarlijke situaties en zelfs een klapband tot gevolg hebben. Ook de verlichting van de aanhangwagen dient, voordat u er mee weg rijdt, te worden gecontroleerd op een correcte werking.

Copyright © 2017 Aanhangcars B.V., alle rechten voorbehouden.